|
Het
embleem wordt aangeduid als Isshinryu no Megami of in het kort Megami.
Uitleg over de Megami, de Godin van het Isshinryu karate en de 8 codes
van de Kenpo Hakku.
Het bovenlichaam van de Megami is dat van een vrouw (karate kan zacht
zijn als een vrouw), maar haar onderlichaam neemt de vorm aan van een
draak (karate kan woest zijn als een draak).
Het menselijk hart is zoals hemel en aarde.
De Megami houdt de linkerhand open als universeel teken voor vrede
(praat je uit moeilijke situaties indien mogelijk). Haar rechterhand
maakt een Isshinryu-vuist; de duim boven op de wijsvinger.
De manier van drinken en spuwen is even hard als zacht
(gebruik geweld alleen als laatste redmiddel en alleen dat wat nodig
is).
De tijd van toeslaan komt als de gelegenheid zichzelf
presenteert.
De Megami is temidden van een ruwe, woeste zee (gevaar of boosaardigheid
is altijd aanwezig). Het turbulente water en de dreigende storm beelden
de zich ontketende energie uit van een Okinawaanse tyfoon. Het is de
ontzagwekkende kracht van de natuur op zijn scherpst, een kracht die in
zijn wezen veel lijkt op de geconcentreerde energie van een meester
karateka.
Het menselijk hart is zoals de hemel en de aarde:
Shimabuku, het menselijk hart, hemel en aarde, de kracht van de mens, de
kracht van de natuur; het is allemaal hetzelfde.
Rechts van het hoofd van de Megami zien wij een draak, haar kind.
Het lichaam moet in staat zijn om in alle richtingen te kunnen
veranderen.
Het is de draak uit de Okinawese mythologie. Geboren uit de zee, stijgt
hij, na vele beproevingen, omhoog naar de hemel (Shimabuku die de
energie is van alle Isshinryu-bewegingen; oneindig van aarde tot hemel).
De vrouw, moeder en voogd, zorgt ervoor dat hij veilig omhoog komt. Het
opstijgen van het drakenkind uit de diepten der levenwekkende oceaan
naar het pure licht van de hemelse sterren, bepaalt ook de weg (do) die
een beginnend karateka - een martiaal kind - moet bewandelen. Hij moet
vanaf het louter fysieke - naar het volle geestelijke niveau zien te
komen.
De tijger in de hoofddracht van de vrouw staat voor de aarde. De draak
stelt de bezieling voor en de aarde staat voor de materie. De draak is
mannelijk en de tijger is vrouwelijk. Beide moeten in evenwicht zijn met
elkaar om één te worden als lichaam en geest (Yin en Yang).
De drie sterren, die eveneens is de rechterbovenhoek te zien zijn,
duiden op de drie leraren van Tatsuo Shimabuku: Chojun Miyagi, Chotoku
Kyan en Choki Motobu. De drie sterren staan in de positie van een één
(-) in Kanji, wat één of 'ichi' betekent en staat ook voor de 'is' in
Isshinryu. Zij stellen het hart voor, zoals in het hart van de Draak (een
sterrenbeeld:Orion), oftewel 'shin (Hart'Geest) in Isshinryu (Ryu) betekend in het
Okinawa Draak.
Zij stellen ook de volgende drietallen voor:
-Geest / Lichaam / Bezieling
-Kracht / Snelheid / Techniek
-Bedaardheid / Kalmheid / Nederigheid
-Naha-Te (vader) / Shuri-Te (moeder) / Isshinryu (kind)
-Shorinryu / Gojuryu / Kobudo
-Jing / Chi / Shen
Draak (Tatsuo) kan ook worden geschreven als 'ryu' en wordt hetzelfde
uitgesproken als ryu in de betekenis van de school of manier. De
verborgen betekenis - de ryu van Isshinryu (het hart van de draak). In
sommige scholen wordt het Isshinryu aangeduidt als de één hart/geest
methode
De vorm van het embleem suggereert een verticale vuist, alweer de kracht
van Isshinryu. De rand is van goud: karate is puur als goud. Het symbool
beeldt de oermoeder uit die voor haar kind zorgt. Van nature is zij kalm
en vredelievend, maar wanneer iets of iemand haar kind bedreigt, kan de
godin op een angstwekkende wijze optreden om het te beschermen. De
rustige moeder, in staat tot een fatale actie, lijkt erg veel op de
ideale karateka. Hij is een man die in harmonie leeft met zijn medemens,
tenzij optreden noodzakelijk wordt. Dit is precies wat Tatsuo Shimabuku
voor ogen heeft in de Megami: een krachtig en vredelievend wezen zoals
de volledig ontwikkelde karateka.
De Bubishi
De Bubishi is een boek wat te vergelijken is met Sunzu's 'Art of war'.
In dit van oorsprong Chinese boek treft men o.a. strategie, anatomie,
natuurlijke geneeskunde, drukpunten en de White Crane fist style Art of
Boxing aan. De Okinawaanse Bubishi wordt beschouwd als zeer rijk in
martiale kennis en is waarschijnlijk het enige document wat door alle
meesters van Okinawa zorgvuldig bewaard wordt. Het wordt dan ook wel de
Bijbel van het Karate genoemd.
Kenpo Hakku
In de Bubishi treft men de Kenpo Hakku, de acht code's van Quanfa, aan,
welke een bron van inspiratie is geweest van diverse Okinawese en
Japanse sensei. Chojun Miyagi (1888-1953) selecteerde de naam Goju-ryu
uit deze tekst. Gichin Funakoshi (1868-1957) gebruikte het document in
zijn boek 'Karate-do Kyohan'. Andere bekende namen zijn Kanryo
Higashionna (1853-1915), Kenwa Mabuni (1889-1952), die de Bubishi voor
het eerst openbaar maakte, en Gogen Yamaguchi (1909-1989). De Kenpo
Hakku /de acht codes van Quanfa (artikel 13 van de Bubishi) en de
relatie tussen de Megami en de codes zijn terug te vinden in de 8
hand/voet kata's uit het Isshinryu.
1- JINSHIN WA TENCHI NI ONAJI (SANCHIN)
(Het menselijk hart is zoals hemel en aarde.)
Deze regel draait om harmonie. Als wij de balans met de natuur, of in
ons lichaam, verstoren, ontstaan er problemen. De draak boven het hoofd
(hemel) en de tijger (aarde) in de haardracht van de Megami. De
filosofische betekenis in deze regel is dat als men in harmonie leeft
met zijn omgeving men geen reden heeft om te vechten.
2- KETSUMYAKU WA NICHIGETSU NI NITARI (SEISAN)
(De bloedsomloop is zoals de maan en de zon.)
Dit draait om beweging. De maan draait cirkelvormig rond de aarde en de
aarde rond de zon. Bovendien zorgt het licht van de zon en de maan voor
al het leven. Ons bloed gaat van ons hart (shin) en er weer naar terug
en zonder haar kunnen wij niet leven. Het bestaan van de mens is een
cirkel van leven en dood. De draak die het water verlaat en boven het
hoofd vliegt om weer terug te keren naar de zee. De nooit eindigende
cyclus.
3- HO WA GOJU WO DONTO SU (SEIUNCHIN, SANCHIN)
(De manier van drinken en spuwen is even hard als zacht.)
De open hand en de vuist van de Megami. Als je drinkt is je buik
ontspannen (zacht / ju) en als je spuugt hard (go). Het hard/zacht
principe kom je zowel in uitwisselbaarheid van harde en zachte
technieken in aanval en verdediging tegen, alswel ook in de ademhaling.
In een gevechtssituatie is het lichaam ontspannen en zacht bij het
inademen. Bij de aanval is het lichaam ontspannen en gespannen op het
moment van contact, men ademt uit en het lichaam is hard.
4- TE WA KU NI AI SUNAWACHI HAIRUI (NAIHANCHI)
(De onstabiliteit van iemand is hetzelfde als een last.)
Er is evenwicht tussen de Yin en Yang in het symbool (embleem). Als je
niet in balans staat dan heeft de tegenstander weinig moeite om je uit
evenwicht te brengen; je valt dan alsof je door een groot gewicht naar
de grond wordt getrokken. Door in een gevecht aan de tegenstander te
trekken verander je zijn aanval en de balans in de door jouw gewenste
positie. In deze situatie is de vijand soms niet meer in staat om de
juiste beoordeling te maken. Wanneer men deze kans voor een snelle
tegenaanval voorbij laat gaan, bestaat de mogelijkheid dat hij weer op
de been komt en daarna niet meer zo onachtzaam is. Voor een goede balans
plaats je je voeten op schouderbreedte, de één voor en de ander achter.
De afstand tussen je voeten is zoals je op een natuurlijke manier
voorwaarts loopt. Verlaag je heupen, buig je benen, het bovenlichaam
iets naar voren en hou je schouders ontspannen.
5- SHINTAI WA HAKARITE RIHO SU (WANSU)
(Het lichaam moet in staat zijn om in alle richtingen te kunnen
veranderen.)
De draak (in het Japans: Tatsuo) boven het hoofd van de Megami is Tatsuo
die kijkt naar de verandering in positieve zin. Om succesvol te zijn in
zowel het 'gewone' leven als in zelfverdediging, moet men zich bewust
zijn van alles om zich heen. Men moet in staat zijn van richting te
veranderen en nieuwe problemen te zien aankomen. Probeer in een gevecht
een aanval te ontwijken door achterwaarts of zijwaarts te gaan. Dit
principe is ook van toepassing op artikel 4. Drijf je vijand altijd naar
plaatsen toe waar hij moeilijk steun kan vinden voor zijn voeten en waar
obstakels zijn, terwijl je zelf de goede plekken in de omgeving benut om
een overheersende positie in te nemen van waaruit je vecht. Hou vast aan
één stijl, maar leer zoveel mogelijk vechttechnieken van andere stijlen.
6- MI WA TOKI NI SHITAGAI HEN NI OZU (CHINTO)
(De tijd van toeslaan komt als de gelegenheid zichzelf presenteert.)
Ook dit wordt gesymboliseerd door de open en de gesloten vuist die
alleen als laatste redmiddel gebruikt wordt om mee toe te slaan. Voor
alles bestaat de juiste tijd. Het bepalen van het juiste moment in een
gevecht kan men alleen door heel veel oefenen meester worden. In de
vechtkunst zijn er verschillende afwegingen bij het bepalen van het
juiste moment. Vanaf het begin moet men kunnen bepalen wat men wel en
niet kan gebruiken en tussen de grote en kleine dingen, tussen snel en
langzaam, het juiste moment kunnen ontdekken. Bovendien moet men zowel
wat zich op afstand als wat dichtbij afspeelt kunnen onderscheiden.
7- ME WA SHIHO WO MIRU WO YOSU (KUSANKU)
(Het oog moet alle richtingen kunnen zien.)
Voorgesteld door de drie sterren of leraren die de weg belichten of
wijzen (Megami). Letterlijk betekent dit dat men zijn blik moet leren
verbreden. In het dagelijkse leven: probeer andermans standpunt eens
vanuit diens visie te bekijken en je zult zien dat de dingen anders zijn
dan dat ze eerst leken. Je blik moet zowel ruim als open zijn. Dit is de
tweevoudige blik die 'waarnemen en zien' wordt genoemd. Waarnemen is
sterk, zien is zwak. Het is van belang de dingen die ver weg zijn te
zien alsof ze dichtbij zijn en de dingen van dichtbij van afstand te
bekijken. In een gevecht is het belangrijk te weten wat de handen en
voeten van de vijand doen en niet door onbeduidende bewegingen van het
lichaam te worden afgeleid. In een gevecht is het noodzakelijk dat men
twee kanten kan zien zonder de ogen te draaien, dit geldt zowel in een
tweegevecht als in een gevecht met meerdere tegenstanders.
8- MIMI WA YOKU HAPPO WO KIKU (SUNSU)
(Het oor moet uit alle richtingen kunnen horen.)
Megami is alert en luistert. Luisteren is kennis. Net als bij het zien
is het zo dat naar mate je oren meer waarnemen, je beter tot het maken
van een juiste beslissing tot staat bent. Wanneer je in een discussie
probeert te luisteren naar een ander alsof je een onpartijdige
toehoorder bent, dan wordt je niet door je eigen gedachten geblokkeerd. |